De chemins hebben minimum wettelijke breedtes van hun wegdek 3,3m, 4,96m of 6,61m (12, 18 of 21 Brusselse voet). De chemins hebben toebehoren zoals baangrachten, taluds en stroken voor nutsvoorzieningen waardoor de opgemeten wettelijke breedte een stuk breder is. De opgemeten wettelijke breedte staat enkel op de detailplannen van de Buurtwegenatlas in rode cijfers. Men ziet dus op de detailplannen van de Buurtwegenatlas bijna nooit de breedtes 4,96m of 6,61m, altijd breder. De meeste chemins zijn straten geworden waar auto’s rijden en huizen staan en zijn dus geen trage wegen. De niet-verharde chemins zijn meestal goed begaanbaar. De meeste chemins hebben in de loop der jaren een andere naam gekregen dan de naam in de Buurtwegenatlas.
De sentiers hebben minimum wettelijke breedtes van 1,65m of 2,2m (6 of 8 Brusselse voet). Een sentier is van oorsprong een doorgangsrecht en kan geen toebehoren hebben. Een sentier kan dus geen baangracht hebben maar kan uiteraard wel naast een waterloop liggen. De opgemeten wettelijke breedte is dus nooit groter dan de minimum wettelijke breedte. Men ziet op de detailplannen van de Buurtwegenatlas bijgevolg altijd de afmetingen 1,65m of 2,2m. Een deel van de sentiers zijn straten geworden, het ander deel is nog altijd niet-verhard. De straten hebben meestal een andere naam gekregen. De niet-verharde sentiers dragen nog altijd de naam uit de Buurtwegenatlas. In deze inventaris werd de spelling gemoderniseerd zoals tegenwoordig gangbaar.